Geschiedenis van een zwembad: opkomst en groei van het zwemmen in Uden.

Oprichting:
In juni 1957 werd het inmiddels verdwenen buitenbad in Uden officieel geopend. Jan Stender uit de beroemde Hilversumse zwemstal kwam een demo geven met zijn sterren. Hij moedigde tijdens die show Uden aan om een zwemvereniging op te richten.
En in de zomer van 1958 was het zover. In het paviljoen bij het bad werd de oprichtingsvergadering gehouden en een verenigingsnaam gekozen: De Zeester. Rob v.d.Wens, een knaap die goed was in elke sport, bracht het idee in met de argumenten dat een zeester (leven in water) en een ster (altijd stralen) een mooie combinatie betrof.
En toen hadden we De Zeester.

Begin jaren:
Zo rond 15 mei ging elk jaar het bad open, het water was dan vaak nog te koud. Zo begin juni werd het snel beter en waren er een week of zes activiteiten; trainingen, zwemwedstrijdjes en waterpolo. De club had in die jaren niet veel meer dan 60 leden op papier en misschien 20 echt actief. In de winter was er hooguit eenmaal per de week een conditietraining in een zaal. Het stelde echt helemaal niets voor.
In Brabant waren toen hooguit drie overdekte baden. PSV Eindhoven met o.a. Ada de Haan was bepalend op elk vlak. Omdat er in die tijd snel meer buitenbaden bij kwamen ontstond er een scheiding: zomerclubs en winterclubs. Tijdens dezelfde wedstrijden waren er twee winnaars! Een officieel en een winnaar bij de zomerclubs.
Ondanks onze handicap (geen trainingen in de winter) had de vereniging toch éénmaal een officiële winnaar: Ad van Duynhoven, 200m wisselslag, junioren met NK limiet. Ook naar huidige maatstaf -maar zeker toen- een geweldige prestatie.
Het hoogtepunt van het jaar vormde de Udense kampioenschappen, vier slagen, elk 100m of 50m en dat voor junioren/senioren en meisjes/jongens. Dit verdeeld over twee dagen, zo ging dat jaar na jaar tot ongeveer 1970.

De grote veranderingen:
Inmiddels was het de vereniging gelukt zich op te werken van regio polo tot de officiële Bondscompetitie, 3e klasse. Dit was vooral te danken aan het feit dat vliegbasis Volkel van tijd tot tijd een paar ‘echte’ waterpoloërs met zich bracht cq leverde.
Einde jaren zestig kwam Joep Esser (oud officier) in Uden wonen, hij werkte als personeelsfunctionaris bij Mars in Veghel. Joep had polo achtergrond en bovendien Hongaarse voorouders via zijn moederskant (Hongarije is hét pololand). Zoals dat zo mooi heet: hij kwam, zag en had in no-time een poloafdeling in het water dat er zijn mocht.
In die fase had polo alle aandacht en er kwamen meerdere teams, heren, dames en jeugd.
Het inspireerde anderen in de vereniging, immers het bleef behelpen als ‘zomerclubje’, zwemwater in de winter was hét probleem. Er waren inmiddels wel wat mogelijkheden; in Grave bij het blinden-instituut (16.3m) en weer iets later Mill (25m). Vooral de eenvoudige opzet in Mill zette mensen aan het denken om zelf een eigen overdekt bad te bouwen.
En… zover kwam het!

De bouw van het eigen bad:
Het zou niet kunnen, het kon feitelijk ook niet, maar toch…… stap voor stap brachten de initiatiefnemers (waaronder Harrie van Lanen) het idee geloofwaardiger in beeld. De Gemeente zag het plan als een mogelijke belemmering voor het gemeentelijke overdekte bad en hield de plannen een tijd lang op. Op een bepaald moment zag de familie van Boxmeer(aannemers en vier man bij de club) het idee wel zitten en gaven een signaal tot ondersteuning af. Dat deed anderen weer besluiten, zoals de bank, installateur Prinssen bv (privé baden o.a.) als sponsor en de politiek.
Er kwam uiteindelijk een voorstel naar de Gemeenteraad om Zeester een stuk grond in erfpacht te geven en een kredietgarantie te verlenen, géén bedrag in contanten. Het werd een spannende avond, veel partijen dachten dat het clubje wel snel failliet zou gaan. Het zou eenvoudigweg niet kunnen slagen, maar aan het einde stemde toch iedereen in. De bouw kon beginnen!
Op 3 oktober 1972, een vroege zaterdag morgen, ging letterlijk de eerste spade de grond in en drie maanden later op 8 januari 1973 was er die eerste duik in het nog koude water.
Een unieke prestatie in de zwemwereld was daar!

Na de bouw/ vanaf 1973:
Het gaat hard met Zeester die eerste jaren na de bouw. Van amper 80 leden schiet het snel naar 900 in de jaren ’77 en ’78. Financieel zijn het gouden jaren, de club vraagt de nieuwe leden een instapbijdrage in het eigen bad plus een klein inschrijfgeld. Er zijn jaren dat er wel 300 leden nieuw worden ingeschreven. Al snel kan er worden uitgebreid; er komt een nieuwe kantine en meer kleedruimte. De vereniging wordt driemaal Sportclub van het Jaar.
Ook is er sportief succes.
De club heeft een beroepstrainer in dienst genomen, wellicht de eerste in zwemmend Nederland, Martin Swinkels. Hij geeft zwemlessen en runt de wedstrijd zwemafdeling. De topper in die tijd is Corianne Heymans, ze mist letterlijk op een vingerlengte na de olympische spelen in Montreal. Wel zwom ze een jaar eerder in de finale van de Europese Kampioenschappen te Wenen 200m rugslag, 4e plaats (direct achter het DDR geweld).

Marcel Wouda.
Marcel kwam als jongetje van zes bij zeester en groeide in het badje letterlijk op tot de topper en meervoudig olympia-ganger welke hij later werd. Zijn wereldtitel
in Perth (Australie) vulde ook een stukje van de droom die de bouwers van het badje zeker ooit hadden…… ‘dat het eens een echte topper mag voortbrengen’ !

De magere jaren:
Als het lange tijd steeds maar goed gaat komt er vanzelf een kentering. Zo ook bij Zeester.
Joep Esser had de polo-afdeling verlaten en dat was zeker voor die afdeling een terugslag.
Bij de wedstrijdgroepen leek het een vanzelfsprekendheid dat alles uit de gouden tijd maar bleef kunnen. Toen het toenmalige bestuur de kosten per groep wat meer in balans wilde brengen ontstonden er spanningen en geschillen op het persoonlijke vlak. Dit bracht een afsplitsing aan het einde van de jaren tachtig. Een fors deel van de wedstrijdafdeling richtte de Meerval op en deze club groeide aanvankelijk sterk. Al na enkele jaren werd het duidelijk dat Uden in het zuiden des lands te weinig zwembeleving kon leveren voor twee wedstrijdclubs.
Toen wederzijds bestuurders -met problemen ten opzichte van elkaar op het persoonlijk vlak- plaats hadden gemaakt was de tijd snel rijp voor hereniging.
Deze kwam, evenwel na anderhalf jaar praten, tot stand. Wel met forse schade, want lopende het overleg had de leiding van Meerval haar boekhouding verwaarloosd. Toen de hereniging beklonken was viel het lijk uit de kast: 60.000 gulden aan achterstandsposten.
De ‘nieuwe’ club hing letterlijk boven de afgrond. Na veel overleg met Gemeente en KNZB werden betalingsregelingen getroffen.
De verenigingsfinanciën werden streng gesaneerd en de club was midden jaren negentig weer ‘boven Jan’.


De tien laatste jaren: 1995 – 2005:
Na de strenge saneringen (geen betaalde trainers meer) ging het de club financieel weer snel beter en konden de teugels wat worden gevierd. Voorzichtig kwam er wat ruimte voor professionele krachten en daarmee schoten de resultaten omhoog, dit vooral bij de zwemafdeling. Het elementaire zwemmen bloeide weer op onder leiding van Riky van de Wielen en daarmee werd een gezonde financiële basis gelegd plus een kweekvijver geschapen voor de wedstrijdafdelingen. Corné Rouw en Onko Drent waren al vele jaren met Zeester-Meerval verbonden en zij werden de beroepskrachten bij de club. De zwemsuccessen bij de club komen voor een belangrijk deel op hun conto.
Zo goed als het in deze jaren ging bij zwemmen, zo slecht ging het bij polo. Hier liep het aantal teams sterk terug en het eerste heren-team zakte in korte tijd drie klassen, van 2e klasse Bond naar Regio. De laatste paar jaar wordt er weer sterk gewerkt aan de breedtebasis en zijn er weer meerdere jeugd polo teams.
Naast de wedstrijdafdeling en de poloafdeling kent de vereniging ook het Combi-fun-swim en het trimzwemmen.
Deze groepen vormen een stabiele factor, ze gebruiken het zeesterbad op de daguren en zijn
vaak al zeer lang lid met een vast groepje.

Tot slot de nieuwbouw in 2004:
Het kon natuurlijk niet uitblijven, de ‘nissenhut’ uit 1972 was te oud, stond bijna letterlijk op
instorten. In 2000 werden er renovatieplannen gemaakt. Opmerkelijk is het feit dat één van de grondleggers van het eerste bad nu ook als initiator en stimulator optreedt: opnieuw is het Harrie van Lanen voor wie geen energiebeperking bestaat in zijn wens om een prachtig bad neer te zetten.
In 2001 besluit de Gemeente uiteindelijk dat het zeesterbad een bewezen schakel vormt in het zwemwater aanbod voor Uden. Daarmee kwam er geld beschikbaar voor de renovatie volgens een verdeelsleutel. Deze sleutel staat op dit moment nog ter discussie; de vereniging claimt op goede gronden nog recht te hebben op een fors bedrag van de Gemeente.
Pas in 2004 wordt er dan eindelijk echt gebouwd en de totale renovatie verloopt geweldig. Dit naar timing alsmede naar de financiële kant.
Het wordt een mooie nieuwbouw die officieel op 15 januari 2005 wordt geopend.
Vrijwel op datzelfde moment promoveert de wedstrijdafdeling naar de landelijke A-klasse,
het hoogste in al die jaren sinds 1958 !

Tijdens de Bondsvergadering van 23 April 2005 kent de KNZB Zeester-Meerval een zeldzame onderscheiding toe: de Uut Armbrust Plastiek. Dit als erkenning van bijzondere verdiensten voor het scheppen van zwemwater voor verenigingen, in deze het Zeesterbad.

Contactgegevens
Zeester-Meerval
Postbus 210
5400 AE
Uden
(0413) 263555

Route